ER DIENT NU EINDELIJK RECHT GEDAAN TE WORDEN

ER DIENT NU EINDELIJK RECHT GEDAAN TE WORDEN Uit archief van de heer Maurice Ferares Jacques de Kadt schreef reeds in december 1945 na terugkomst uit Indonesië in Het Parool ‘Onze kranten vertellen niet, hoe onze geregelde troepen’ optreden. Ze vertellen niet , dat nu reeds tientallen Indonesische dessa’s en kampongs precies op dezelfde manier behandeld worden, als waarop de Duitsers Putten op de Veluwe behandeld hebben..... Dit optreden, waarvoor generaal Christiansen als oorlogsmisdadiger terecht behoort te staan, gebeurt niet door benden, maar door onderdelen van ons leger.‘ In november 1946 gaf opperbevelhebber generaal Spoor het DST ( Depot Speciale Troepen) onder commando van kapitein Westerling de opdracht het verzet tegen de Nederlandse herbezetting van Zuid-Celebes – nadat de Engelsen waren vertrokken - neer te slaan. Op 7 juni 1947 meldde het Engelse dagblad The Daily Worker. Twintig tot veertig duizend Indonesiërs werden in Zuid- Celebes zonder vorm van proces tussen december 1946 en februari 1947 doodgeschoten. Voormalig premier W.Schermerhorn, die als voorzitter van de zogenaamde commissie generaal in Indonesië verbleef, had op 14 februari 1947 samen met Henk van Randwijk , toen hoofd- redacteur van Vrij Nederland een gesprek met een Nederlandse soldaat. In zijn dagboek schreef Schemerhorn over het gesprek dat het een uiterst triest verhaal was, van demoralisatie en beestachtigheid. De soldaat vertelde dat de meerderheid van de troepen gevangenen mishandelden en dan afmaakten, onder het motto dat het allemaal rampokkers zijn, tegen wie alles is geoorloofd. De waterproef toepassen in de vorm van de mond vol papier proppen, daar water in laten druppelen, zodat dit papier zwelt, is ook geen zeldzaamheid. Dat wordt als vrij normaal beschouwd. Een luitenant die deze methoden weigert en zijn gevangenen overdraagt aan de officiële criminele instanties, voor zover zij daarvoor in aanmerking komen, is in de hele omtrek bekend onder de naam vanethische’, aldus de soldaat. Maar ondanks die wetenschap veroordeelde Schermerhorn de moordpartijen die door Westerling werden aangericht niet Integendeel hij had er begrip voor. In zijn dagboek schreef hij op 25 juli 1947, dat kapitein Westerling op Zuid-Celebes eigenlijk niet veel anders had gedaan dan de methoden van zijn tegenstanders overnemen. Van Randwijk bevestigde op 7 juli 1947 in Vrij Nederland na zijn terugkomst uit Indonesië, de berichten over de moordpartijen. Hij schreef: In de streek bij Palloppo stierven ongeveer achtduizend mensen. Talrijke bestuursleden van de PNI ( Partai Nasional Indonesia, de partij van Soekarno, MF) werden gevangen genomen en gedood zonder veroordeeld te zijn. Op 16 januari 1947 werden bij de aankomst van president Soekawati te Makassar op Pare-Pare 23 mensen op de pasar vermoord, waaronder zonen van de Radjah. Op 21 januari werden twee Radjahzonen gedood (Kareng Karoewisi en Kareng Manoejoe), voordat hun zaak was onderzocht en voor zij gevonnist waren. Op 3 maart 1947 werd Soeradi, hoofd van de vervolgschool gevangen genomen. Hij werd ondervraagd, maar niet geloofd. Daarna werd hij geslagen tot hij dood neerviel. Op 12 februari 1947 werd Abdoel Wahab onderwijzer aan de MULO-school opgepakt en opgebracht door luitenant Ritman. Abdoel Wahab antwoordde dat hij lid van geen enkele vereniging was. Hierna werd hij geslagen en zijn lichaam werd aan een touw opgehangen. Hij ligt nu nog in het kampement Madjene. Op 15 juni werd Abdoel Rasah gepakt door sergeant Ellywodo van Madjene. De hele dag werd hij aan een boom gebonden vol mieren. Vijftien dagen werd hij vastgehouden en veel geslagen. Daarna weer losgelaten en tot driemaal toe beticht van ondergrondse actie. Opnieuw gearresteerd. Zijn vrouw die zwanger was, werd eveneens opgepakt, en moest 40 km langs steile hellingen lopen enz. enz…… In juli 1947 had een debat plaats in de Tweede Kamer over het gebeurde in Zuid-Celebes en de rol daarin van het KNIL. Het verslag dat door een Indische commissie gemaakt zou zijn, bleek nog niet beschikbaar volgens minister Jonkman. De achtereenvolgende regeringen en de militaire top saboteerden het onderzoek met argumenten als de uiterst ongunstige omstandigheden van de Nederlandse troepen te velde en de gruwelijke en gevaarlijke kanten van de guerillastrijd. Op 9 december 1947 werd in de kampong Rawagedeh op West Java de hele mannelijke bevolking 431 mannen, vermoord. Aan de aanval werd deel genomen door een para-compagnie en de 12 Genie veldcompagnie. Het beknopte actieverslag’, dat opgesteld werd door majoor J.A.Bn. Bentinck voor de chef van de Generale Staf, vermeldt, dat de troepen vanuit de kampong onder vuur werden genomen. Het vuur werd meteen beantwoord en talrijke uit de plaats wegvluchtende personen werden door de afsluitingstroepen onder vuur genomen. Bij de zuivering kwamen minstens 150 personen om. Daarop werd de plaats met mortiervuur bestookt en vervolgens gezuiverd. Hierbij werden enkele tientallen arrestanten na verhoor ter plekke doodgeschoten. Majoor Bentinck was een leugenaar. Ook toen die uiterst ongunstige omstandigheden’ voor de Nederlandse troepen niet meer bestonden, na de soevereini- teitsoverdracht op 27 december 1949, namen zowel de regering als de politieke partijen in het parlement geen enkel initiatief om de schuldigen aan de genocide voor de rechter te brengen. Het was niet verwonderlijk dat ze niet voor de rechter werden gebracht gezien de medeverantwoordelijkheid van zoveel politici. Aan het feit dat hier sprake was van genocide viel niet te twijfelen. Tijdens de ministerraadvergadering van 10 october 1948 constateerde minister-president Drees: dat generaal Spoor in de zaak van het optreden van de Speciale Troepen in Zuid-Celebes kapitein Westerling de hand boven het hoofd hield. (Notulen ministerraad 10 october 1948) In de regeringsnota van 2 juni 1969 betreffende het onderzoek naar excessen door Nederlandse militairen in de periode 1945— 1950 wordt geconcludeerd, dat zich excessen hebben voorgedaan, doch dat van systematische wreedheid geen sprake is geweest. Het is maar wat men systematische wreedheid noemt. Handelend optreden van Drees en de andere ministers bleef uit. Schokking de minster van Oorlog wees de publikaties over de excessen af omdat het publiek de incidenten zou generaliseren en dat het optreden van Nederlandse militairen soms begrijpelijk is, wanneer men van de schanddaden verneemt welke tegen hen worden verricht. (Notulen ministerraad 28 februari 1949) Nooit is iemand voor de genocide gestraft. De premiers Drees, Schermerhorn en Beel, eerste minister en later Hoge Vertegen- woordiger van de Kroon in Indonesië, de ministers van Overzeese gebiedsdelen Logemann, Jonkman, Sassen, Schokking en Van Schaik, de ministers van Oorlog en Marine, J.M.de Booy, J.Meijnen, A.H.L.J.Fiévez, J.J.A. van Schagen, de luitenant-gouverneur-generaal Van Mook, Van der Plas directeur binnenlands bestuur, de militairen, generaal Spoor, generaal-majoor N.W.L.van Straten, commandant van de NICA, en ook de KNIL-officieren, Westerling, Vermeulen en Scheepens van het DST en al hun ondergeschikten die moorden pleegden, of er opdracht toe gaven, geen van hen is voor een rechter gedaagd. Is het niet de allerhoogste tijd dat er geoordeeld wordt, over deze verschrikkelijke misdaden. Terecht is geoordeeld over hen, die verantwoordelijk waren voor de misdaden van het Hitlerregiem en zijn de schuldigen gestraft. Maar waren de misdaden die gepleegd werden tegen het Indonesische volk niet minstens zo erg. Hebben de slachtoffers en hun nakomelingen geen recht op de erkenning die anderen hebben gekregen ? De meeste feiten zijn bekend. Een Internationaal Tribunaal zal moeten oordelen over wat Nederlanders het Indonesische volk hebben aangedaan. M.Ferares Amsterdam 23 april 2008 BIOGRAFIE van M FERARES Geboren in 1922 te Amsterdam. Hij wilde musicus worden, maar moest tijdens de Duitse bezetting het conservatorium in Amsterdam verlaten omdat hij vier joodse grootouders had. Dat was zijn kennismaking met rassendiscriminatie. Hij werd lid van de communistische partij en nam deel aan het verzet, alle overige leden van zijn familie werden vermoord door de Duitsers. Na de oorlog bedankte hij voor de communistische partij omdat die tegen de onafhankelijkheid van Indonesië was. In juni 1949 was hij candidaat bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer en liet burgemeester d ‘Ailly de borden op de bruggen in Amsterdam waarop stond : De troepen terug uit Indonesië in beslag nemen en vernietigen. Een aangespannen kort geding eindigde met uitspraak van de President van de rechtbank, dat hij zich onbevoegd achtte. Ferares noemt zich een geestverwant van de Indonesische revolutionair Tan Malaka, – oprichter van het Persatoean Perjoeangan in 1946 en de Partai Moerba in 1948 die door de Nederlanders 20 jaar uit Indonesië werd verbannen. Op zijn standbeeld in Bayah dat Soekarno heeft laten plaatsen staat Bapak revolusi’.Vader van de revolutie’ was hij inderdaad. Ferares was net als Tan Malaka een felle tegenstander van de overeenkomsten van Linggajati en Renville, die Soekarno en Hatta met de Nederlanders sloten. Gedurende tientallen jaren schreef hij in binnen- en buitenlandse bladen over de situatie in Indonesië. Gedurende de onafhankelijkheidstrijd van Oost-Timor ontmoette Ferares, Ramos Horta in Stockholm en organiseerde daarna in Amsterdam tesamen met een groep Molukse jongeren – die in hongerstaking was gegaan - een demonstratie voor de onafhankelijkheid van Oost-Timor. Onlangs begon hij een campagne voor een Indonesië-tribunaal dat moet oordelen over het gedrag van Nederlandse politici en militairen in Indonesië in de jaren 1945/1949. Zijn stelling is dat wanneer Armeniers veroordeling eisen van de misdaden die de Turken tegen hun volk begaan hebben in 1917 en de joden terecht ook geeist hebben, dat de schuldigen aan de nazimisdaden tegenover hen tijdens de Tweede Wereldoorlog, zouden worden veroordeeld, waarom zouden de Indonesiërs dan niet hetzelfde recht hebben ten aanzien van de misdaden die de Nederlanders hebben begaan?Ik ben geen voorstander van individuele terreur, van aanslagen op personen en instellingen, maar wel is nu genoeg gebleken dat alleen parlementaire actie tot niets leidt,’aldus Ferares.

Reacties
Charles Destrée
Beste mensen,
bedankt voor jullie informatie.
Het waren de rampokkers, overigens zelden of nooit gezien in de door de Nederlanders bevrijde gebieden, die ‘vroegen’ om te worden geliquideerd.
Wat nauwelijks gebeurde, omdat ze zich niet vertoonden,
zo getuigt Charles Destrée (1926), die er als oorlogsvrijwilliger bij de Stoottroepen, er zelf 2 jaar en 4 maanden bij was
Tan H.K.
Eindelijk!Nederland acht zich een beschaafd en superfatsoenlijk land.Echter:Eerlijke geschiedschrijving blijkt telkens een brug te ver!!Jammer…!!!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.